Toen ik een paar weken geleden de 2de straalschijf van folkgroep Embrun in handen kreeg, werd mijn aandacht getrokken door de foto's aan de binnenkant van de CD hoes. Die bleken allemaal genomen tijdens een optreden in het Nederlandse Enschede. De impressies van dat concert moeten de jongens van Embrun bijgebleven zijn, want de volledige fotoschoot van de Cd is eraan gewijd. We kunnen ons dat levendig voorstellen. Een intakt interieur van een echte oude danszaal van ca 1890 kom je niet elke dag meer tegen vandaag de dag. Ze worden namelijk meestal gesloopt voor je er erg in hebt.Het was bovendien één van de laatste optredens in de oude danszaal van de oude schouwburg van Enschede. Helaas, kunnen we nu wel zeggen. Als we dit artikel mogen geloven zou het interieur van deze zaal plaats moeten ruimen voor één of ander virtueel kenniscentrum. En wij die dachten dat ze in Nederland veel intelligenter met hun erfgoed omsprongen. Zoals hieruit blijkt, vertonen onze beleidsmakers blijkbaar dezelfde blinde vlek. Je kunt zelfs beter spreken van een gebrek aan visie op stedelijke centra in het algemeen. Men klaagt voortdurend dat onze binnensteden geen bruisend leven meer hebben na de kantooruren. Maar tegelijkertijd sluit men wel die laatste zaaltjes waar het gezellig toeven is bij goede, niet te luide muziek die niemand stoort. Waar een publiek met de fiets, het openbaar vervoer of te voet naar toe kan. Waar een vreedzame coëxistentie mogelijk is tussen bewoning, muziek en locale economie. Men zou misschien soms wat kleinschaliger moeten leren denken. Of laat ze eens hier in Antwerpen naar De Roma of in Sint - Niklaas naar De Casino komen kijken voor inspiratie.
Dit artikel schreef ik zoveel jaar terug eens voor folkroddels. Aangezien het nog steeds grote actualiteitswaarde heeft, herneem ik het hier. Gisterenavond vond zoals naar jaarlijkse gewoonte het volksdansbal van Speelschaar De Vedelaar uit Antwerpen plaats in Danspaleis Rubens. Tegen halfnegen des avonds was de enorme dansvloer opnieuw goed gevuld met het talrijk opgedaagd, overwegend jeugdig publiek. Het is verheugend vast te stellen hoe moderne jongens en meisjes van vandaag dit soort gezond vermaak zo weet te smaken.. Geen één ging zich te buiten aan tabak of drank of verstoorde de opperbeste frisse en blijde vriendschap van het samen dansen op enige andere wijze. De vele Engelse Contradansen en enkele van onze eigen traditionele dansen werden erg gesmaakt door het jonge volkje. Ook het orkest liet zich van zijn beste zijde bewonderen. We herkennen Nonkel Leemans op het Groot Accordeon en Bompa Van Mierlo aan de klarinet, moedig terzijde gestaan door Groot-Nonkel Stichelmeyer op de percussie en Tante Vanden Abeele met een viool onder haar fors gevormde onderkin. Het spontane en gemoedelijk samen muziceren, in hedendaagse termen van de jeugd op zijn Engels een Jam – session genoemd, was een waardige afsluiter van deze waarlijk feestelijke avond. We willen Danskant bedanken voor het bereidwillig ter beschikking stellen van deze unieke foto's uit hun archief.
Recent ging ik een kijkje nemen op het landjuweel van de Kempische gilden in Essen. Ik kwam vooral voor de danswedstrijd en zag daar mooie dingen gebeuren. Wie schetst dan mijn verbazing toen ik een tijdje terug plots online oude filmpjes kon bekijken met Vlaamse gildedansen? De filmpjes staan op de website Erfgoedbank Hoogstraten in de sectie van een filmbank. De filmpjes gaan over het schoon inkomen van 41 Kempische Gilden naar aanleiding van het Kempisch congres van 1937. De dansfragmenten staan op het einde van de filmpjes, dus je hebt wat geduld nodig om ze te bekijken, maar het loont zeker de moeite. Op sommige momenten waren de beelden ook zeer confronterend. Vooral het in scène zetten van het boerenleven voor de camera had voor mij zelfs iets bepaald lugubers. Anderzijds was het ook weer zeer interessant om te zien hoe één gilde haar dansers, die een kadril dansen, liet begeleiden door een blaaskapel met tuba, cornet en klarinet. Mocht iemand daar de partituren van weten liggen, mag die mij dat altijd laten weten ;-)
Toen Björn van Hove en ikzelf in opdracht de Fanteyfare recent het stadsarchief in Sint-Niklaas indoken op zoek naar bruikbaar materiaal over danstradities, stootten we onverwachts op pakken lijsten met caféinstrumenten. Blijkbaar werd op mechanische caféinstrumenten een aparte belasting geheven tijdens de jaren van het interbellum. Het feyne aan die lijstjes is dat ze natuurlijk een gedroomd en systematisch overzicht bieden van in welke cafés tijdens die jaren tingeltangels, draaiorgels en pick-ups stonden. Je kunt aan de hand van deze lijstjes de opkomst van de radio volgen en dergelijke meer. Eén type instrument intrigeerde ons van bij het begin. Het werd in de lijsten gewoon "Jazz" genoemd. De term duikt voor het eerst op vanaf het jaar 1931. Dat het dus niet om een jazzcombo met muzikanten ging, was meteen duidelijk. De taks gold immers alleen op mechanische muziekinstrumenten. In gedachten doemde het beeld van het Decaporgel in Café Beveren in Antwerpen op als ultiem beeld. Tot een kenner als Björn Isebaert me erop wees dat dergelijke instrumenten pas na de tweede wereldoorlog werden vervaardigd. Björn Isebaert gaf vervolgens een gouden tip. Of het niet zou kunnen dat het ging om zo'n jazz-automaat zoals die tijdens de jaren '30 in vooral Frankrijk populair waren. Hij stuurde me een link door naar een prachtig gedocumenteeerde website van de Franse verzamelaar Michel Nallino en deed vervolgens een suggestie ivm een lokale bouwer. Gentenaar Pierre Eich zou zich in die jaren een internationale reputatie bijeen hebben gebouwd met superieure jazz-automaten. Op youtube kun je trouwens een paar andere instrumenten en arrangementen van zijn hand beluisteren. Ze klinken alvast indrukwekkend. Interessant is nog even na te denken over wat de term jazz in muzikaal opzicht dekte tijdens het interbellum in Vlaanderen. Dat het niet om onversneden Amerikaanse muziek ging, was ons al eerder duidelijk. Mensen als Albert Michiels investeerden hun leven om de geschiedenis van de vroege Belgische jazz boven te spitten en zij toonden zwart op wit aan dat Jazz vaak een heel breed spectrum besloeg in die jaren. Het één en ander werd ons ook duidelijk toen we, opnieuw voor de Fanteyfare in het archief van Koninklijke Harmonie Sinte-Cécilia te Sint-Amands aan de Schelde, een reeks partituurboekjes aantroffen onder de titel: Jazzmuziek. Inhoud: Polka, Foxtrot, Wals, Trag Fox, enz. Dansmuziek kortom. Jazzmuziek stond in die context gelijk aan lichte muziek, amusement, entertainment. Dat blijkt trouwens ook uit de speellijstjes van jazzkes die Michel Nallino terugvond aan de binnenkant van zijn instrumenten. De twee Franse stukken komen van Nallino's website, het archiefbeeld maakte ik zelf en mag van het Stadsarchief Sint-Niklaas worden gebruikt voor deze blog. 



Nemen we vol goeie moed de taak om voor deze blog elke week iets te maken weer op. Er zullen, gezien het lange genezingporces dat ons te wachten staat, gaten vallen, dat weten we, maar we gaan er toch voor. Deze keer wil ik uw aandacht vestigen op de foto die boven deze blog prijkt. U ziet een krammikelige piano en een bankje staan in een nogal onwezenlijk landschap, dat, bij nader inzicht een ruïne blijkt te zijn. Het beeld is om diverse redenen niet toevallig gekozen. Om te beginnen is het een detail van een anoniem amateurkiekje (ik heb met man en macht de auteur terug proberen vinden, maar dat bleek helaas onmogelijk) dat ik zoveel jaar geleden aantrof op flickr van de Sofiënsaal in Wenen. Deze wereldberoemde danszaal was het toneel van heel wat historische bals en platenopnamen (o.a. Weense Walsen o.l.v. Von Karajan voor Deutsche Gammophon), op 16 augustus 2001 brandde het gevaarte af.Nu is het voor erfgoed gebruikelijk om in min of meerdere mate in staat van verval te verkeren. In dit geval is het echter het verval dat haast deel begint uit te maken van het erfgoed. Typisch Weens en een beetje decadent zou je kunnen zeggen. Er is ondertussen zelfs een soort 'reddingsgenootschap om de ruïne te redden' in het leven geroepen.Merkwaardig om weten is het feit dat deze balzaal in feite ook een zwembad was. In de zomer kon men er zwemmen (de piano staat op de bodem van een badkuip) en in de winter, wanneer het te duur werd om het zwemwater op te warmen, legde men een zwevende houten dansvloer aan boven op het zwembad. Naar het schijnt gaf de holle kuip een extra akoestische dimensie aan het dansen...