donderdag 6 augustus 2009

De oudste filmopnames van gildedansen online

Recent ging ik een kijkje nemen op het landjuweel van de Kempische gilden in Essen. Ik kwam vooral voor de danswedstrijd en zag daar mooie dingen gebeuren. Wie schetst dan mijn verbazing toen ik een tijdje terug plots online oude filmpjes kon bekijken met Vlaamse gildedansen? De filmpjes staan op de website Erfgoedbank Hoogstraten in de sectie van een filmbank. De filmpjes gaan over het schoon inkomen van 41 Kempische Gilden naar aanleiding van het Kempisch congres van 1937. De dansfragmenten staan op het einde van de filmpjes, dus je hebt wat geduld nodig om ze te bekijken, maar het loont zeker de moeite. Op sommige momenten waren de beelden ook zeer confronterend. Vooral het in scène zetten van het boerenleven voor de camera had voor mij zelfs iets bepaald lugubers. Anderzijds was het ook weer zeer interessant om te zien hoe één gilde haar dansers, die een kadril dansen, liet begeleiden door een blaaskapel met tuba, cornet en klarinet. Mocht iemand daar de partituren van weten liggen, mag die mij dat altijd laten weten ;-)

dinsdag 4 augustus 2009

Over wat een Jazzke is

Toen Björn van Hove en ikzelf in opdracht de Fanteyfare recent het stadsarchief in Sint-Niklaas indoken op zoek naar bruikbaar materiaal over danstradities, stootten we onverwachts op pakken lijsten met caféinstrumenten. Blijkbaar werd op mechanische caféinstrumenten een aparte belasting geheven tijdens de jaren van het interbellum. Het feyne aan die lijstjes is dat ze natuurlijk een gedroomd en systematisch overzicht bieden van in welke cafés tijdens die jaren tingeltangels, draaiorgels en pick-ups stonden. Je kunt aan de hand van deze lijstjes de opkomst van de radio volgen en dergelijke meer. Eén type instrument intrigeerde ons van bij het begin. Het werd in de lijsten gewoon "Jazz" genoemd. De term duikt voor het eerst op vanaf het jaar 1931. Dat het dus niet om een jazzcombo met muzikanten ging, was meteen duidelijk. De taks gold immers alleen op mechanische muziekinstrumenten. In gedachten doemde het beeld van het Decaporgel in Café Beveren in Antwerpen op als ultiem beeld. Tot een kenner als Björn Isebaert me erop wees dat dergelijke instrumenten pas na de tweede wereldoorlog werden vervaardigd. Björn Isebaert gaf vervolgens een gouden tip. Of het niet zou kunnen dat het ging om zo'n jazz-automaat zoals die tijdens de jaren '30 in vooral Frankrijk populair waren. Hij stuurde me een link door naar een prachtig gedocumenteeerde website van de Franse verzamelaar Michel Nallino en deed vervolgens een suggestie ivm een lokale bouwer. Gentenaar Pierre Eich zou zich in die jaren een internationale reputatie bijeen hebben gebouwd met superieure jazz-automaten. Op youtube kun je trouwens een paar andere instrumenten en arrangementen van zijn hand beluisteren. Ze klinken alvast indrukwekkend. Interessant is nog even na te denken over wat de term jazz in muzikaal opzicht dekte tijdens het interbellum in Vlaanderen. Dat het niet om onversneden Amerikaanse muziek ging, was ons al eerder duidelijk. Mensen als Albert Michiels investeerden hun leven om de geschiedenis van de vroege Belgische jazz boven te spitten en zij toonden zwart op wit aan dat Jazz vaak een heel breed spectrum besloeg in die jaren. Het één en ander werd ons ook duidelijk toen we, opnieuw voor de Fanteyfare in het archief van Koninklijke Harmonie Sinte-Cécilia te Sint-Amands aan de Schelde, een reeks partituurboekjes aantroffen onder de titel: Jazzmuziek. Inhoud: Polka, Foxtrot, Wals, Trag Fox, enz. Dansmuziek kortom. Jazzmuziek stond in die context gelijk aan lichte muziek, amusement, entertainment. Dat blijkt trouwens ook uit de speellijstjes van jazzkes die Michel Nallino terugvond aan de binnenkant van zijn instrumenten. De twee Franse stukken komen van Nallino's website, het archiefbeeld maakte ik zelf en mag van het Stadsarchief Sint-Niklaas worden gebruikt voor deze blog.

zondag 2 augustus 2009

Na enkele weken radiostilte...

Nemen we vol goeie moed de taak om voor deze blog elke week iets te maken weer op. Er zullen, gezien het lange genezingporces dat ons te wachten staat, gaten vallen, dat weten we, maar we gaan er toch voor.
Deze keer wil ik uw aandacht vestigen op de foto die boven deze blog prijkt. U ziet een krammikelige piano en een bankje staan in een nogal onwezenlijk landschap, dat, bij nader inzicht een ruïne blijkt te zijn.
Het beeld is om diverse redenen niet toevallig gekozen. Om te beginnen is het een detail van een anoniem amateurkiekje (ik heb met man en macht de auteur terug proberen vinden, maar dat bleek helaas onmogelijk) dat ik zoveel jaar geleden aantrof op flickr van de Sofiënsaal in Wenen. Deze wereldberoemde danszaal was het toneel van heel wat historische bals en platenopnamen (o.a. Weense Walsen o.l.v. Von Karajan voor Deutsche Gammophon), op 16 augustus 2001 brandde het gevaarte af.
Nu is het voor erfgoed gebruikelijk om in min of meerdere mate in staat van verval te verkeren. In dit geval is het echter het verval dat haast deel begint uit te maken van het erfgoed. Typisch Weens en een beetje decadent zou je kunnen zeggen. Er is ondertussen zelfs een soort 'reddingsgenootschap om de ruïne te redden' in het leven geroepen.
Merkwaardig om weten is het feit dat deze balzaal in feite ook een zwembad was. In de zomer kon men er zwemmen (de piano staat op de bodem van een badkuip) en in de winter, wanneer het te duur werd om het zwemwater op te warmen, legde men een zwevende houten dansvloer aan boven op het zwembad. Naar het schijnt gaf de holle kuip een extra akoestische dimensie aan het dansen...

dinsdag 14 juli 2009

De tragische geschiedenis van de feestzalen in Kampenhout en Berg

Toen in een paar maanden geleden een fietstochtje maakte van Brussel naar Antwerpen, besloot ik langs Kampenhout dorp te passeren om aldaar de laatste restanten van de oude gildezaal op de gevoelige plaat vast te leggen voor het nageslacht. Hubert Boone, mijn 'partner in crime' wanneer het om dansant erfgoed gaat, had mij namelijk bericht dat deze beroemde feestzaal zou worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw apartementen. Tussen 1958 en 1963 had Hubert er als jongeman nog de jaarlijkse kermisbals bij 'De Smalle' meegemaakt. Niet zo veel later legde hij er samen met Renaat van Craenenbroeck zaliger de Kampenhoutse Dansen vast die als één van de eerste dansbundels door het IVV werden uitgegeven. Daaronder ook de fameuse Kadril van Kampenhout die op twee rijen wordt gedanst en waarvan de hoofdmelodie later door folkgroep RUM op hun tweede plaat werd vastgelegd, waardoor ze ook bij het bredere publiek bekend werd.
Voor onze danstradities was deze zaal zeg maar heilige grond. En toch werd ze zonder veel omhaal gesloopt. Het is helaas het tragische lot van zovele dans- en feestzalen in Vlaanderen. Ze worden gesloopt omdat het economisch niet meer loont ze op te knappen. Men gaat er dan wel aan voorbij dat deze zalen vaak in het hart van de dorpskern liggen en dat de anonieme nieuwbouw niet zelden het gezicht van een dorp defintief verminkt. Welke economist berekent voor één keer het economisch verlies van lelijkheid?
De foto links toont de ondertussen volledig gesloopte gildezaal in Kampenhout dorp. De rechtse foto toont het voorlopig nog intakte interieur van de Vredezaal in Berg, het zusterdorp van Kampenhout. Ook deze zaal zal wellicht later dit jaar worden gesloopt.

maandag 6 juli 2009

Bal in het Mechelen van de roaring 20ies

Fotograferen tijdens bals blijft lang een zeldzaamheid. De reden is niet ver te zoeken: het clair/obscure van de danszaal leende zich er slecht toe. Bovendien zou het gebruik van een flitslicht de magie toch alleen maar doen verbleken. Voor beelden van een bal in actie blijven we daarom lang aangewezen op schetsen, gouaches of zelfs schilderijen. Met lang bedoelen we dan: doorgaans tot na de tweede wereldoorlog. Er zijn vanzelfsprekend uitzonderingen. We kennen beelden uit Parijs of Brussel uit het interbellum van dansende mensen in een danszaal. Voor een stad als Antwerpen, waar we zelf grondig onderzoek verrichtten, moesten we vaststellen dat er wel vroege fotografie van de interieurs van danszalen bestond, maar niet van de danspartijen die er plaatsvonden. Tenzij je het als fotograaf anders oploste natuurlijk en het je kon permitteren het bal te laten stillegen voor een groepsportret. Dat gebeurde in Mechelen blijkbaar tijdens een reeks bals tussen 1920 en 1930, waarvan we de gedigitaliseerde versies aantroffen op de website van Beeldbank Mechelen die bovendien zo vriendelijk waren om mij dit beeld te laten posten. Bemerk de prachtige kledij van de dames, maar ook de schitterend interieurs van de toenmalige balzalen, soms zelfs in moorse stijl. Men zegt soms dat je een foto nooit van te dicht bij mag bekijken, maar hier wil je toch liever wel met het vergrootglas te werk gaan. Elk personage afzonderlijk. Zo krijgt dansmode haast iets tastbaars