Posts tonen met het label dansmode. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dansmode. Alle posts tonen

zondag 9 december 2012

Terug uit Parijs en vol indrukken

Sinds gisteren ben ik terug uit Parijs en nu nog zo vol met indrukken dat het me lastig valt te kiezen. Waar eerste te beginnen? Bij het archiefwerk dat soms kafkaiaanse proporties aannam of de fantastische tentoonstellingen die ik meepikte? Laat ik trachten te beginnen met een positieve noot. "L'impressionisme et la Mode" die momenteel in Quai d'Orsay loopt, is een dijk van een tentoonstelling, een dagtrip naar Parijs meer dan waard. De scenografie van Robert Carsen is formidabel om nog maar te zwijgen van de hoeveelheid topstukken die de revue passeren. Goed voor een paar uur wegdromen met crême-de-la-crême van het impressionisme.

Waar te beginnen? Je komt binnen in een ruimte met een klein dozijn originele dames - outfits (trois pièces en dies meer) can ca 1860 - 1870, het hoogtepunt van de second empire mode. De originelen worden geflankeerd door modetijdschriften enerzijds en modefotografie anderzijds. Zowel tijdschriften als foto's zijn even origineel. Zelfs zonder voorkennis springt de gelijkenis in het oog, die doorloopt van creatie (ontwerpschetsen), over marketing (de modebladen) tot eindresultaat (de originelen of de foto's). Een eerste overdonderende indruk van het effect van die mode op de toenmalige kunstproductie, krijg je op het einde van deze openings scène, waar 'Dans la serre' van Albert Bartholomé prijkt naast het origineel (foto hierboven) van de outfit die zijn vrouw draagt op het schilderij. Het is uniek dat je zowel schilderij als het originele ontwerp van pakweg 130 jaar terug naast elkaar kunt presenteren. Vandaar de keuze om dat zo weinig te doen tijdens de tentoonstelling. Beide zijn ook autonome kunstuitingen en het contrast of het verschil zou afbreuk kunnen doen aan één van beide. Echter niet in dit geval. Magistraal moment.

Maar even verder verdwaal je tussen de theaterstoelen en de spiegeleffecten en de enorme rijkdom aan gepresenteerde werken. Persoonlijk was ik het meest getroffen door Alfred Stevens. Een minder bekende naam vandaag wellicht, een Belg ook, dus minder passend in de claims die Fransen wel eens maken met betrekking tot het impressionisme, maar wat een talent. Bovendien een verkoopstalent zonder voorgaande, wat hem naar verluid de jaloezie van zijn kunstenaarsvrienden op de hals haalde. Daarnaast was hij wellicht één van de vele minnaars van Sarah Bernard, waarvan hij meer dan één magnifiek portret borstelde.

En dan heb ik het nog niet over de catalogus gehad. Frankrijk blijft toch wel een land van het geschreven woord. Het uitgesponnen discours en de verzorgd uitgegeven boeken. Zo ook deze cataloog. Ik weet wel: het zal wel weer aan de schaalgrootte liggen natuurlijk. Maar toch. Je moet het ze nageven. Een paar katernen mat in een kanjer vol glanspapier laten innaaien, gewoon omdat modeprenten beter uitkomen op mat? Prachtig toch? Ik heb 'm nog niet helemaal gelezen en ga dat ook niet tot het bittere eind doen. Bijvoorbeeld omdat essays over esthetica mij nu eenmaal gestolen kunnen worden. Maar de kaderende artikels zijn echt om duimen en vingers bij af te likken.

Vooral de stukken van historica Françoise Tétart - Vittu waren echte eye-openers voor mij. Zelden zo'n beklijvende socio-culturele benadering van een mode-epoque gelezen. De meeste auteurs die zich aan modegeschiedenis wagen, verliezen zich in haarkloverijen over wanneer ook weer die of die snit voor het eerst in welk modeblaadje te bewonderen viel. Niet hiervan bij Mevr. Tétart - Vittu. Stuk voor stuk kurkdroge analyses van hoe de commerce in zijn werk ging toentertijd. Over hoe de ontwerpers het beginnen te halen van de stoffenverkopers, hoe modewinkeliers, modebladen en orderverkoop hand in hand gingen. Hoe miljoenen van die crinolines verkocht werden "out of the box" met de stof, het patroon en een pasmodel erbij per postorder. DIY. De de huis-tuin-en-keuken-naaimachine was toch niet voor niets uitgevonden? Tot alle uithoeken van de wereld. Overal was Parijse mode beschikbaar, verkrijgbaar, gelijktijdig, hier en nu.

En we klagen nu al dat de wereld doordraait. Vergeet het. De "Modern Times" van toen gingen nauwelijks trager. Een hele geruststelling. Dus: allen daarheen, onversaagd en haastig, tussen twee happen en slokken door. Want het leven is nu eenmaal gulzig.

vrijdag 9 september 2011

Mode en dans: één strijd


Deze video vond ik afgelopen week ergens op het wereldwijde web. Mode en dans dwars door elkaar. Over de historische betrouwbaarheid van de outfits durf ik geen uitspraken doen. Wat de dans betreft is het leuk gedaan, maar wel een beetje cliché en vooral heel Amerikaans. Voor de jaren 30 - 40 klopt het beeld daarom met vrij grote zekerheid niet met de realiteit hier in de danszalen van toen. Wel met het Holywood en Amerikaanse dansgeschiedenis dictaat van vandaag.

donderdag 21 januari 2010

Deel 3: Je vindt een ooggetuigenverslag

Wat het bal van 20/08/1861 bal zo bijzonder maakt, zo blijkt ondertussen wel, is dat we anderhalve eeuw later zo veel stukken van de puzzel kunnen samenleggen. Zo krijgen we niet alleen een zicht op het dansprogramma en de zaal, we krijgen ook nog eens een uitgebreid sfeerverslag van het bal zelf. Een zekere Harry Peters liet een jaar later zijn verslag van de kunstfeesten drukken bij J. Jorssen. Blijkbaar hadden de feesten zo velen begeesterd dat er ook toen nog geld mee te verdienen viel.
Peters opent zijn verslag met een zeer gedetailleerde beschrijving van wat onder de term ‘Paré’ werd verstaan die we aantroffen op het balboekje:

“De heeren moesten en habit de soirée zijn en de dames en toilette. Dat wil zeggen dat het mannelijk geslacht in de vorm van spiering met het zwart kleed, witten halsdoek, enz. uitgedoscht moest zijn, terwijl de krinolienen niet dan zonder hoed werden ingelaten; ze moesten gecoiffeerd zijn.”


Wat de dameskledij betreft is de bovenstaande afbeelding uit een modetijdschrift uit 1860 quasi volmaakt in haar gelijkenis met het beeld uit deel 2 van deze reeks. De crinolines met vele lagen stof werden in deze periode, onder invloed van de Engelse modekoning Worth vervangen door een veel lichtere hoepelconstructie in hout en leer. Wat ik me wel nog steeds afvraag is hoe met een dergelijk gevaarte nog kon worden gedanst. Zeer wervelend zullen de Polka’s en Walsen wel niet meer geweest zijn. Wellicht daarom dat men de ‘croupe’ of het ‘kontje’ van deze rokken zo accentueerde. Zo kon men aan de voorkant van het gevaarte de vrouw die het moest torsen, nog enigszins benaderen. Maar dit in combinatie met een corset en dat tijdens een warme zomeravond in augustus… Nee bedankt!
Wat het herentoilet betreft, valt vooral de term ‘spiering’ op. Ik heb me er suf op gezocht en niets gevonden. Ook de mogelijke schrijfvarianten spearing, speering, enz. leverden helemaal niets concreets op. Als we de afbeelding uit deel 2 mogen geloven moet het een soort jacket geweest zijn met slippen. Ook opvallend zijn overigens de vele militaire uniformen in de zaal. Een beeld dat onbewust doet denken aan de balscène uit de film Il Gattopardo van Luigi Visonti, waarvan de handeling zich in dezelfde jaren afspeelt. Ook daar is de aanwezigheid van militairen in vol ornaat nadrukkelijk en oogverblindend.
Blijkens het verslag was de zaal uitbundiger dan bij alle voorgaande bals van de kunstfeesten versierd. Er was uitbundig gebruik gemaakt van allerhande zeldzame planten die in contrast met de vele vergulde beelden een fraaie indruk maakten. Enkele van deze beelden waren overigens kopieën van beelden van de Italiaanse neo-classistische beeldhouwer Antonio Canova (1757 – 1822). We vermoeden dat deze kopieën uit de verzameling van de academie zullen hebben gestamd, want in geen enkel Antwerps museum zijn stukken van Canova geregistreerd die als basis voor een kopie zouden kunnen hebben gediend. Helaas ging de academische collectie in de jaren ’60 van de twintigste eeuw genadeloos de brandstapel op, net zoals alle andere waardevolle 19de-eeuwse archieven van de Sint-Lukas Academie, omdat ze als toonbeelden van burgerlijkheid en star academisme werden versleten. Blind kunnen mensen zijn. Het heeft geen naam. De fontein midden in beeld zou een soort geurverspreider zijn geweest. Op het einde van de concertzaal (zie plannetje uit deel 2) hing naar verluid een enorme spiegel die het perspectief en de luminositeit van de enorme ruimte nog vergrootte.
Het verslag van een vorig bal gaf nog prijs dat de orkestmeester die we boven in beeld menen te ontwaren, wellicht Dhr. P. Houben zal zijn geweest. We vermoeden dat deze alle bals voor zijn rekening nam omdat dit in de 19de eeuw vaak de gewoonte was. Men engageerde 1 orkest voor alle bals van een bepaald seizoen. Van deze P. Houben verder geen spoor. Wel is van de kunstschilder Henri Houben (1858 – 1931) bekend dat hij aanvankelijk violist was en pas later voor het schildersvak koos. En als we helemaal verder ‘freewheelen’: van de Jazz saxofonist Steve Houben is bekend dat hij uit een Antwerps kunstenaarsnest stamt. Zijn er genealogen die zich om deze familie hebben bekommerd? Ik ben zeer geïnteresseerd.

maandag 6 juli 2009

Bal in het Mechelen van de roaring 20ies

Fotograferen tijdens bals blijft lang een zeldzaamheid. De reden is niet ver te zoeken: het clair/obscure van de danszaal leende zich er slecht toe. Bovendien zou het gebruik van een flitslicht de magie toch alleen maar doen verbleken. Voor beelden van een bal in actie blijven we daarom lang aangewezen op schetsen, gouaches of zelfs schilderijen. Met lang bedoelen we dan: doorgaans tot na de tweede wereldoorlog. Er zijn vanzelfsprekend uitzonderingen. We kennen beelden uit Parijs of Brussel uit het interbellum van dansende mensen in een danszaal. Voor een stad als Antwerpen, waar we zelf grondig onderzoek verrichtten, moesten we vaststellen dat er wel vroege fotografie van de interieurs van danszalen bestond, maar niet van de danspartijen die er plaatsvonden. Tenzij je het als fotograaf anders oploste natuurlijk en het je kon permitteren het bal te laten stillegen voor een groepsportret. Dat gebeurde in Mechelen blijkbaar tijdens een reeks bals tussen 1920 en 1930, waarvan we de gedigitaliseerde versies aantroffen op de website van Beeldbank Mechelen die bovendien zo vriendelijk waren om mij dit beeld te laten posten. Bemerk de prachtige kledij van de dames, maar ook de schitterend interieurs van de toenmalige balzalen, soms zelfs in moorse stijl. Men zegt soms dat je een foto nooit van te dicht bij mag bekijken, maar hier wil je toch liever wel met het vergrootglas te werk gaan. Elk personage afzonderlijk. Zo krijgt dansmode haast iets tastbaars