Posts tonen met het label Danszaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Danszaal. Alle posts tonen
dinsdag 7 februari 2012
De mysterieuze 'Salle Gahille'
Afgelopen week kreeg ik een uitnodiging per e-mail voor een avondje Irish Set dansen in Doornik/Tournai. De gelegenheid ging door op 4 februari en ging uit van Irish Setdance groep (mensen die zich willen opgeven voor hun repetities kunnen contact opnemen met antwerp.setdance@gmail.com).
Maar zoals zo vaak werd de aandacht van mijn lodderig oog vooral getroffen door de vermelding van een zekere 'salle Gahille' in het Hotel Cathedrale waar het feestje plaatsvindt. Blijkt het dus om een authentieke en beschermde feestzaal te gaan in laat 19de-eeuwse stijl (ik schat 1880). Het enige wat ik verder nog te weten kwam over het gebouw was dat het in een vorig leven nog door het corps van de vrijwillige sappeur pompiers werd gebruikt. Was het hun feestzaal? Dat kan best zo zijn, gezien het aantal sociëteiten dat toen over een eigen feestinfrastructuur beschikte. Wat me tijdens mijn zoektocht vooral opviel, was overigens dat het blijkbaar ontzettend lastig is om over beschermde monumenten in Wallonië wat meer te weten te komen. Je vindt zelfs geen overzichtslijst terug op de website van het Waalse gewest. Dus bij deze een bescheiden oproep. Als iemand meer weet over de geschiedenis van deze zaal mag die altijd iets laten weten.
maandag 14 november 2011
Getijdeneconomie
Laatst was ik in Den Haan aan zee op bezoek bij de grootouders van mijn vrouw. Op zich niets opzienbarends, al was ik deze keer wel erg in voor filosofische overpeinzingen. Het viel me gewoon op dat telkens ik daar op bezoek ben, we een verhaal krijgen over hoe vol of hoe leeg de winkels wel niet liggen, afhankelijk van de af en aanvoer van toeristen. Na een bepaalde datum (zo ongeveer tegen deze tijd) sluiten alle zaken op de dijk hun deuren, de ijscoman stopt zijn ijsmachine, de stranden zijn leeg. Pas vanaf de kerst periode komt het weer tot leven. De toeristen komen nieuwjaar vieren en blijven hangen voor culinair festijn of halen een frisse neus tijdens de winterstormen.
Onwillekeurig denk ik dan ook wat dat fenomeen van eb en vloed, van komen en gaan van de mensenmassa's voor het amuzementsbedrijf moet hebben betekend doorheen de tijd. Zowel Den Haan als Oostende bezaten een heus Casino. In feite meer een restaurant met daaraan naast een speelzaal ook een speeltuin of ander vermaak in de vorm van dansorkestjes. De Ostendaise werd niet voor niets daar geboren ofkreeg er althans haar naam. Leopold II zat er ook in beide gevallen voor iets tussen. En al heel gauw speelde de stoomtrein of -tram een mediërende rol in de mobiliteitsstromen.
De term getijdeneconomie viel me in. Niet als toekomst perspectief zoals elders wel eens wordt verkondigd, maar eerder als historisch gegroeide economische realiteit van kuststeden die voor een goed deel van het toerisme leven. Waarbij het aanbod aan waar of vertier aanzwelt met de toestroom van klanten van buitenaf en terug afneemt wanneer ze weer even massaal vertrekken. Wat betekent dat voor pakweg de infrastructuur van danszalen of variététheaters? Wat met de prostitutie? Welke artiesten kozen voor een 'belle saison à la côte'? En wat deden ze dan in de winter? Het is nog geen vast omlijnd concept dat ik voor ogen heb, eerder een beeld, het resultaat van een reflexie. Misschien kan iemand anders er iets mee aan?
Afbeelding: Bal rat mort (Oostende) ca 1965 - Foto: Karel Leermans - Bron: Wikipedia Commons
Onwillekeurig denk ik dan ook wat dat fenomeen van eb en vloed, van komen en gaan van de mensenmassa's voor het amuzementsbedrijf moet hebben betekend doorheen de tijd. Zowel Den Haan als Oostende bezaten een heus Casino. In feite meer een restaurant met daaraan naast een speelzaal ook een speeltuin of ander vermaak in de vorm van dansorkestjes. De Ostendaise werd niet voor niets daar geboren ofkreeg er althans haar naam. Leopold II zat er ook in beide gevallen voor iets tussen. En al heel gauw speelde de stoomtrein of -tram een mediërende rol in de mobiliteitsstromen.
De term getijdeneconomie viel me in. Niet als toekomst perspectief zoals elders wel eens wordt verkondigd, maar eerder als historisch gegroeide economische realiteit van kuststeden die voor een goed deel van het toerisme leven. Waarbij het aanbod aan waar of vertier aanzwelt met de toestroom van klanten van buitenaf en terug afneemt wanneer ze weer even massaal vertrekken. Wat betekent dat voor pakweg de infrastructuur van danszalen of variététheaters? Wat met de prostitutie? Welke artiesten kozen voor een 'belle saison à la côte'? En wat deden ze dan in de winter? Het is nog geen vast omlijnd concept dat ik voor ogen heb, eerder een beeld, het resultaat van een reflexie. Misschien kan iemand anders er iets mee aan?
Afbeelding: Bal rat mort (Oostende) ca 1965 - Foto: Karel Leermans - Bron: Wikipedia Commons
zaterdag 13 augustus 2011
Reisdagboek van een danshistoricus - Deel 6
Tot slot van deze reeks nog het verslag van een opmerkelijke ontmoeting op de terugweg. Dapper trapten wij op onze laatste dag voor de terugreis van Oldenburg in Holstein naar Kiel door het bij wijlen prachtige Noord-Duitse landschap. Ter hoogte van het vlek Giekau strandden wij op de middag voor het etablissement Giekauer Kroog, dé kroeg in Giekau met andere woorden en je kon er ook nog wat eten. Snoek vers uit de Selenter See bijvoorbeeld of prachtige Holsteiner Katenschinken. Na drie weken Deense voedselellende en het ontbreken van zelfs de gedachte aan een kroeg, was dit natuurlijk een verademing. Maar het beste moest nog komen. Toen mijn eega zich even ter sanitair begaf, kwam ze vrij enthousiast terug. Ze kent me ondertussen. Er bleek een fantastische feestzaal aan het café vast te zitten en ze wilde aanstonds foto's beginnen maken. En inderdaad een authentieke belle-epoque zaal met daarenboven een interessante geschiedenis. Oorspronkelijk was deze zaal het lokaal van de 'Neuhauser Totengilde' die, blijkens een ingekaderde vlag in 1881 werd opgericht. Een schuttersgilde en 'totengilde' dus. Dat laatste betekent dat de maatschappij ervoor zorgde dat haar leden een waardige begrafenis kregen. Maar daarnaast is het vooral een schietclub met een socio-culturele dimensie: ze organiseert ook een jaarlijks bal en tal van andere zaken naast de schietingen. Wat me er meteen op een vreemde manier thuis deed voelen. In de Noorderkempen, waar ik werk, heb je ettelijke schuttersgilden. Gilden, zo dacht ik, dat was een apart Brabants onderonsje: het Hertogdom Brabant aan weerszijden van de staatsgrens in traditie verenigd of zo iets. Niet dus: Noord Duitsland stikt ervan en net zoals hier bouwden die vroeger prachtige feestzaaltjes in hun dorpen. Gelukkig springen ze in Duitsland wat spaarzamer om met hun erfgoed dan hier in Vlaanderen. Misschien omdat ze uit ervaring weten wat het is, als bommen je oude stad van de landkaart vegen. Een memorabele afsluiter, dat wel.
maandag 11 juli 2011
Reisdagboek van een danshistoricus - Deel 4
De grootste shock krijg je als je plots beseft op een historische plek te staan, zonder dat je dat op voorhand wist. Dat overkwam me in Helsingor -Elsinor voor de vrienden - het kasteel waar Hamlet van Shakespeare zich afspeelt. "The Tragical History of Hamlet, Prince of Denmark" speelt zich voor een goed gedeelte af in een mythische kasteel, waarvan ik dacht dat het gewoonweg niet bestond. Tot ik er op een dag gewoon binnenwandelde. Het was me al opgevallen van op de fiets, zo in het landschap, onderweg naar de jeugdherberg van Helsingor, het meest noordelijke plaatsje van Seeland, vlakbij Zweden.
Het zit 'm namelijk zo. Mijn lief en ik beloofden elkaar twee jaar geleden tijdens het meest duistere uur van ons samenzijn, om ooit, als het er op een dag, ooit, ooit, van zou komen, helemaal naar Zweden te fietsen. En zo kwamen we aan op een mooie avond in Helsingor aan met de fiets. De volgende dag zouden we de boot nemen naar de overkant om deze belofte - wat zeg ik- dure eed, aan ons zelf, na te komen.
Maar niet voordat we dus een heuse cultuurschok zouden beleven ten kastele Elsinor. Nomen est omen en een naam komt altijd uit. Het bouwsel heette oorspronkelijk "de haak" en werd door koning Erik van Pommeren gebouwd op de smalste zee-engte tussen Zweden en Denemarken. 4 kilometer scheiden Denemarken en Zweden van elkaar op die plaats, ongeveer de afstand die een kruit-kanon kon overbruggen anno 1400 en zoveel. Het was heel eenvoudig. Iedereen die er langs wilde zou betalen of ging de dieperik in, naar de haaien, gekelderd. Nu moet je weten dat de drukste zeevaartroute in die tijd langs daar liep. Geen Antwerps, Brussels of andere Noord-West Europees gebouw die naam waardig kon tussen 1450 en 1650 zonder de legendarische Baltische eik worden gebouwd. Onze eigen bossen waren immers leeggekapt door de groei van onze middeleeuwse steden. Baltische eik leverde balken van 1m X 1m X 7,5 m kernhout, de breedste overkraging in hout van dat moment.
Het spreekt voor zich dat als je voor elke balk die langs Helsingor passeerde baar goud kon eisen - Erik de Deen bezat beide oevers - dat je dan steen en steen rijk werd. En zo geschiedde. Het kasteel dat er in 1585 door Frederik II werd gebouwd is veruit het grootste en magnifiekste renaissance kasteel van Europa. It's a blast. Je moet het gezien hebben om het te geloven. En raad eens wat de grootste zaal van het kasteel was? De danszaal natuurlijk. We draaiden er samen een bescheiden walsje tussen de horden Japanse, Duitse, Belgische en Braziliaanse toeristen. Maar als het een danszaal was: waar is dan de dansmuziek van welleer? Vermoedelijk in Zweden, aangezien het in 1658 door de Zweden werd geplunderd en veel kunstwerken door Zweedse edelen werden meegevoerd. Maar dat is een ander verhaal...
zaterdag 25 juni 2011
Reisdagboek van een Danshistoricus - Deel 2
Rare jongens die Denen. Om te beginnen zijn er in Denemarken geen cafés. Waar drinkt een doorsnee Deen dan? Antwoord: thuis of op straat. Gelukkig zijn er uitzonderingen die deze regel bevestigen. Zo kwamen wij na drie dagen in Faaborg voor het eerst een leuke kroeg tegen. Het was meteen ook de laatste. Er ging een feestje door, dus wij naar binnen. Bleek dat iedereen er rookte als een schoorsteen. Roken is verboden op café in Denemarken. Bestaat er zo'n selecte club anarchisten die dat aan hun laars lappen. De leden van die club zijn trouwens zo ongeveer de enige Denen waar een niet-Deen mee door één deur kan. Gezellige plek dus. In de vrouwen WC hangt bijvoorbeeld een handzaam plaatje bij de WC rol dat zegt: als het papier op is: roep tot ze je horen. Hilarisch.
Aan de muur in het café hing trouwens vanalles en nog wat, van oude postkaarten tot versleten hoefijzers en daartussen ergens ook dit tekstje. Mijn door drank vertroebelde blik had het onmiddellijk te pakken: een dansreglementje, godbeterd! Bleek dat het vroeger aan de muur hing van de feestzaal aan het plaatselijke casino-hotel op de markt zo omstreeks de jaren '50. Ik ken geen Deens, dus vergeef me bij voorbaat de wankele vertaling, maar na de tekst verbatim in google translate te hebben getypt, gevolgd door wat giswerk, kom ik tot het volgende:
Het Publiek,
zowel zij die klaarstaan voor de dans als de niet-dansers, worden verzocht om zich zoveel mogelijk aan de zijkant op te stellen. Toeschouwers wordt geadviseerd om de ruimte te gebruiken in de galerijen, en de daartoe geëigende banken.
Niemand heeft het recht om buiten de tour te dansen;
gebeurt dit toch en worden de waarschuwingen van commissieleden niet in acht genomen, zal de heer in kwestie zich uitgesloten weten van verdere deelname aan eventuele volgende bals.
Degenen die verlangen om te dansen begeven zich naar de commissie, die hun naam zullen noteren op de danslijst.
De commissie
Heel interessant tekst natuurlijk. Er bleken galerijen in de zaal te zijn, wat veronderstelt dat er zuilen waren. Een klassieke danszaal dus, zullen aandachtige lezertjes van deze blog hebben opgemerkt. Ongelooflijk eigenlijk dat de oervorm van de burgerlijke danszaal - het basilica-type - ook in Denemarken bestond.
Dat men geacht werd de dansvloer niet te betreden tijdens de dans, was overigens de hoofdreden waarom een danszaal geacht werd galerijen te bezitten. Zo kon men toch rond de dansvloer om een pint te bestellen tijdens het bal. Van een danslijst had ik echter nog nooit gehoord. Het was geen balboekje, zo wist men bij navraag te vertellen, maar een soort centraal register waarin werd bijgehouden van wie met wie danste. Straf. Missschien typisch in Scandinavische landen? Geen idee. Wie het wel denkt te weten weten, mag het melden.
A propos ze hebben in Denemarken wel ongelooflijk lekkere en pikante Chili Triple. U leest het goed. Belgisch geïnspireerde Triple met een pikant Chili-peper smaakje. 9 graden. Per halve liter. Waanzin.
Abonneren op:
Posts (Atom)
