zaterdag 3 november 2012

Voor één keer...



Want een blog wordt maar één keer 100. Jawel beste lezers, dit is het 100ste blogbericht dat ik hier post. Of om het met een quote Dr. E. Brown uit "Back to the Future" te zeggen 'Has it been that long?'. Toen ik er destijds op 12 juni 2009 aan begon, was ik me er niet van bewust welke consequenties zo'n blog kon hebben. Ik wilde gewoon wat kwijt aan de wereld over dansgeschiedenis. Na een tijdje bleek het heel veel kanten uit te gaan. Blijkbaar is het bijhouden van een blog eerder een soort van zelfreflexie dan wat anders.

En voor één keer wil ik het ook over deze blog zelf hebben. Meestal gaat het hier over sociale danscultuur, kortom dans om te doen en minder dans om naar te kijken. Dat is natuurlijk maar een relatief verschil. Dans is namelijk altijd om naar te kijken. Minder om zelf te doen, maar veel mensen die veel naar dans kijken dansen ook zelf. Daar ligt het verschil dus niet. Misschien is het meer doen dan kijken of en - en? Ook dat is niet helemaal zo. Als je zou kijken naar een publiek in een zaal dat naar een dansvoorstelling kijkt, maak ik me sterk dat er niet zo heel veel toeschouwers NIET bewegen, laat staan onbewogen blijven. Het is dus slechts een kwestie van nuance.

Dogma's zijn in de context van een blog sowieso een beetje uit den boze. Dus voor één keer wil ik het hier expliciet over ballet hebben. Niet dat ik zelf een balletliefhebber ben. Al ben ik bvb wel een fan van de film Billy Elliot en hou ik wel van de quasi morele relatie tussen hard werken en resultaat, waarvan goed ballet af en toe de illustratie kan zijn. Maar dit soort uitspraken maken ook meteen duidelijk dat ik uiteindelijk geen kenner kan zijn, maar wel romantisch geïnspireerd door de verhalen die ballet vaak omgeven.

Maar anderzijds moet men wel haast blind zijn voor de harde realiteit die de afvallingskoers van de ballet industrie ook kan zijn. Want slechts enkele kunnen het maken binnen het systeem, terwijl velen afvallen. Men zou zelfs bijna kunnen zeggen, ten koste van die anderen. Omdat ze net niet goed genoeg zijn. Of omdat ze pech hebben. Omdat ze geblesseerd raken. Omdat de rug niet mee wil, enz.

Maar soms is het ook omgekeerd. Heel af en toe, haalt iemand de top ondanks alle tegenslag. En dan, dan wordt ballet een kunst die de dagelijkse realiteit overstijgt, die universeel kan worden. Zoals het verhaal van Michaëla Prince, een adoptie kind dat ondanks haar afkomst als kindsoldaat en verschoppeling uit Siera Leone, het brengt prima ballerina.

Ik weet niet of het aan mij ligt. Maar bij het lezen van dit verhaal, schoot mijn gemoed vol. En dus wil ik het voor één keer hebben over podiumdans of ballet of hoe je het ook wil noemen. Omdat hokjes en categorieën er uiteindelijk niet toe doen. Omdat de schoonheid en de ontroering ook haar rechten heeft. Soms toch. Lees en oordeel zelf.

donderdag 1 november 2012

Technische probleempjes...




Sorry dat ik de afgelopen weken niets hier van me liet horen. Ik kocht een nieuwe laptop. En zoals jullie wel weten, kun je daar vooral in het begin wel eens wat mee voor krijgen. Bovendien was ik zo snugger om er meteen windows 7 af te gooien en het te vervangen door Debian, een Linux omgeving. Nu werkte ik al langer dan een jaar met Ubuntu wat heel erg beviel, maar deze keer liep het toch wel een beetje fout bij de installatie. En als dat dan gebeurt, kun je maar beter even wachten met het overzetten van je archiefbestanden en mails. En ondertussen staat je hoofd ook helemaal niet naar bloggen of zo.

Wel heb ik weer veel bijgeleerd over hoe zo'n computer werkt. Want wees eerlijk. We werken er allemaal bijna dagelijks mee en weten doorgaans niet veel meer dan op welk icoontje te klikken om een programma te openen. Dat heeft me altijd gestoord: dat techniek je leven gaat beheersen zonder dat je snapt hoe het werkt. Vandaar wellicht ook mijn afkeer voor de automobiel en liefde voor de fiets. Voor de eerste kun je alleen maar betalen en hopen dat het goed komt, op de tweede vloek je en neem je zelf de sleutel om het te repareren. DIY. Kan misschien heel frustrerend zijn in het begin, maar de voldoening achteraf is wel veel groter. Lang Leve F*cking Debian!

zondag 14 oktober 2012

Het verschil tussen fake en perfectie

Het is misschien niet wereldschokkend, maar ik kreeg het afgelopen jaar voor het eerst in mijn leven echt te maken met kleermakers. De aanleiding was eerder romantisch: ik wilde voor onze trouwpartij graag een kostuum laten maken dat aansloot bij de herenmode van rond 1820. Mijn verloofde zou voor deze dag namelijk in een echte Jane Austin outfit verschijnen, die haar overigens prachtig stond. De zoektocht toen leverde niet zo heel veel op, buiten een paar patronen en voor het overige een lichte kater na het aanhoren van de prijs die het hele plaatje zou gaan kosten.

Al rondsurfend kwam ik toen natuurlijk enorm veel informatie tegen en moest ik toch toegeven dat, al gaat mijn hart uit naar de vroege 19de eeuw, de tweede helft op vlak van herenmode toch een pak interessanter leek. Al was het maar omdat het begrip tuxedo toen ongeveer werd uitgevonden. Ik heb een rothekel aan dassen, foulards en andere halsversierselen voor mannen. Een strikje, alla. Dat heeft nog iets schattigs, bunny-achtig. Maar de verschrikkelijke opgefrommelde zijden heksentoeren die je in de empire aantreft: moge ze levend branden in een hel van Engelse steenkool!

Wat me tijdens deze queeste vooral opviel was het enorme verschil in benaderingen van historische mode. Je hebt in grote lijnen twee scholen: zij die streven naar perfectie en historische authenticiteit en zij die maar een beetje doen alsof. Voor de eerste gaat het er niet om wat wij vandaag leuk zouden vinden, voor de tweede gaat het louter daarom. Tot de eerste categorie behoren ongetwijfeld mensen als La Machine à Recoudre le temps, tot de tweede eerder mensen als Viona Ieleghems.

Het probleem voor de mensen die tot de authentieke school behoren is dat zij vaak opbotsen tegen het modebeeld dat mensen over een bepaalde periode hebben. Dat beeld wordt door allerhande media in de markt gezet. Film spant hier natuurlijk de kroon. De makers van historische drama's gebruiken maar al te graag dergelijke beelden. Met alle gevolgen van dien. Je kunt vandaag bvb. nauwelijks nog een zinnig woord zeggen over de jaren '20, '30, '40, en '50 mode omdat het commerciële mode beeld over die periode zo verkleefd is met het film-imago, dat weinig mensen je nog zouden geloven als je ze wilde uitleggen wat er ook nog allemaal bestond.

Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Ik had het hier al eerder over het onwaarschijnlijk realistische beeld van een balscène dat je in Il Guatopardo van Luigi Visconti te zien krijgt. Na al die jaren is het nog steeds één van de meest spectaculaire voorbeelden van hoe je het ook goed kunt oplossen. De moeite die Visconti zich getrooste om de historische realiteit van ca 1861 gestalte te geven in deze film, kende geen grenzen. De balscène die erin voorkomt benadert dan ook de perfectie en dat is helemaal geen toeval. Tenminste als je weet wie er achter de schermen opereerde.

Niemand minder dan Piero Tosi leidde het kostuum design. Het fijne aan iemand als Tosi is dat hij dit soort werk niet voor het eerst deed. Hij werkte namelijk jarenlang aan de zijde van één van de genieën van het historische kostuum: kleermaker Umberto Tirelli die helaas veel te vroeg op 62 jarige leeftijd in 1990 overleed.

Tirelli's naam zul je overigens zelden op een aftiteling van een film aantreffen. En ook dat is geen toeval. De man leerde het vak in het mekka van de mode, Milaan, maar verhuisde naar Rome op het moment dat de grote Italiaanse filmmakers van na de tweede wereldoorlog er hun meesterwerken maakten. Daarnaast werkte hij ook mee aan theater- en operaproducties op het hoogste niveau. Maar het onwaarschijnlijkste stukje van de hele lovestory moet nog komen. Tirelli bezat namelijk een persoonlijke collectie historische kostuums van ongeveer 15.000 stuks, 9 fabriekshallen vol uit de periode 1870 - 1960 waaruit hij inspiratie kon putten. Het is wellicht één van de grootste en belangrijkste privécollecties ter wereld en Tirelli was zonder twijfel één van de grootste experts ooit terzake.

En zoals maar weer eens blijkt: echte grootheid kent geen geheim. Je wordt alleen maar de beste historische couturier als je dat ook echt bent. Als zo'n genie achter de schermen meewerkt aan je film, weet je gewoon dat dit resultaat haalbaar is en dat moet ongelooflijk inspirerend werken. En als zo iemand dan nog niet eens op de aftiteling staat met z'n naam weet je het wel zeken. Die weet gewoon dat hij incontournable is. Vroeg of laat staan ze bij hem aan de deur of ten minste van zijn atelier dat gelukkig nog steeds bestaat. Voor die keren dat het perfect moet zijn ten minste. Anders ga je maar aankloppen bij de mindere goden als Armani, Versace of Gucci.

maandag 8 oktober 2012

Soms mist een mens eens iets...

Zoals het concours van afgelopen zondag in Sivry dat we zo ijverig aankondigden. Soms is het gewoon wat te druk, te veel en te ver voor de enige vrije dag van een overvolle week. Daarom deel ik deze keer gewoon een prentje. Een heel bijzonder weliswaar. Eentje van niemand minder dan Fernand Pelez die ik tegenkwam in le Petit Palais tijdens ons laatste tripje naar Parijs. Ik toon slechts een detail van een heel breed schilderij waarop heel veel te zien is en dat uitblinkt door zijn naturalisme. Geweldig werk eigenlijk al is het natuurlijk een beetje misselijkmakend tegelijkertijd. Een soort karkaturale ode aan de armzaligheid vanwege een gezet burgermannetje. Maar wel tegelijkertijd een ultiem portret van zo'n typisch orkestje samengesteld uit blazers van de één of andere plaatselijke harmonie die op zondag met de instrumenten van de maatschappij wat bijklusten. Precies het soort volk dat de Arguedennes cultuur tot leven wekte en groot maakte. Maar toch jammer dat ik er niet bij kon zijn. Bron beeld: wiki commons

zondag 30 september 2012

Toeval? Toeval bestaat niet (bis, tris, enz,)



Herinnert u het zich nog? Eind verleden jaar publiceerde ik een artikel in het brandnieuwe Tijd-Schrift. Dat leidde onverwachts zelfs tot een radio interview. Het artikel handelde over een Aalsters concertgenootschap 'Le Concert' genaamd waarvan een ongelooflijk compleet en boeiend archief bewaard bleef in het Stadsarchief te Aalst. Opnieuw mocht ik na een grondige analyse van de boekhouding vaststellen dat de dansante activiteiten er in het eerste kwart van de 19de eeuw duidelijk populairder en talrijker in aantal waren dan de concertante. Een trend die we overigens al eerder in Sint-Niklaas en Aalst eveneens konden aflezen uit vergelijkbare, uiterst gedetailleerd bronnenmateriaal.

Nu dateert het onderzoek dat ik in Aalst verrichtte al van begin 2011, wat eind 2011 een artikel opleverde. Ondertussen zat ik ook niet stil en bereidde ik vollop nieuw onderzoek uit waaraan ik dit najaar hoop te kunnen beginnen te Parijs. In de aanloop daarvan nam ik tal van interessante bronnen door, in hoofdzaak dagboeken en ooggetuigeverslagen van soldaten, polici en schrijvers, maar ook meer in het algemeen tijdgenoten uit de periode 1800 - 1815. Zij geven vaak verrassende commentaar bij de politieke en militaire gebeurtenissen die in heel Europe een ingrijpende invloed uitoefenden zowel op de geesten als op tal van gewone mensenlevens.

Compagnon de route bij deze intrigerende zoektocht is de Nederlandse Historicus Joost Welten die ik via zijn kundige commentaar bij de heruitgave van Joseph Abeel's getuigenis leerde kennen. Na een meer persoonlijke gesprek en heel wat heen en weer gecorrespondeer, leerden we elkaars inzichten en bevindingen, bevlogen archiefratten als we zijn, appreciëren en aanvullen. Het merkwaardige toeval wil nu dat hij me een tijdje terug wees op een bijzonder interessante aanvulling van een oogetuigeverslag van niemand minder dan Graaf Henri De Mérode - Westerloo die in zijn Mémoires beschrijft hoe hij in de zomer van 1804 naar een bal gaat te Aalst samen met zijn vriend De Robiano en Mevr. gravin Le Candèle de Ghyseghem, diens zuster die - is het toevallig? - niemand minder dan Beethoven tot inspiratie zou hebben gediend. En om nog wat olie op het vuur te gooien van deze en gene nonsensikale Beethoven discussies: in het jaar dat Ludwig zijn Für Elize zou hebben gecomponeerd - 1810 zou dat zijn geweest - vinden we ook een aankoop van een Beethoven partituur terug in de boekhouding van onze Aalsterse vrienden. Kan het toevalliger?

Maar om terug te keren tot onze jonge snaak: bijzonder toevallig beschrijft hij ook de lastige terugtocht van het centrum van Aalst naar Gijsegem door het toentertijd wellicht zeer donkere platteland rond Aalst:



Als we deze informatie aftoetsen aan het archief, dan moet het haast wel over één van de kermisbals van dat jaar zijn gegaan. Die vonden op 1, 3, 5 en 8 juli 1804. Helaas weten we toevallig niet of het in die periode bewolkt was of net helder weer bij volle maan bvb. Want geloof het of niet: men hield daar rekening mee als bal organisator. Dat weten we zeer toevallig na analyse van enkele Sint-Niklase boekhoudingen. Maar voor de rest weten we toevallig wel nogal wat over die kermisbals. Zo weten we met grote stelligheid dat dansmeester Pasteels uit Brussel er de dans leidde. Het balorkest bestond ten minste uit de muzikanten Roghé, D'Herdt en drie niet nader genoemde Brusselse muzikanten. Roghé en D'Herdt waren wellicht plaatselijk personeel. De drie Brusselaars werden ongeveer het dubbel van de twee anderen betaald, hetgeen wellicht toch duidt op hun groter prestige. We vergeleken recent de namen van enkele van de Brusselse muzikanten in andere rekeningen met de namen van de orkestleden van de Munsschouwburg te Brussel. Er bleken er toch wel een paar bij te zijn die 'bijklusten' in Aalst, wat we goed zouden kunnen begrijpen gezien hun hogere gage daar. En mensen handelen meestal nogal rationeel als het om centen gaat. Toeval bestaat dus niet. Wordt ongetwijfeld vervolgd.